IMG_20150605_163858 (2)

Het nieuwe ontslagrecht (II): de transitievergoeding

Per 1 juli 2015 geldt het ontslagrecht conform de WWZ. Het nieuwe recht brengt diverse ingrijpende wijzigingen mee ten opzichte van het ontslagrecht geldend tot 1 juli 2015. Lees in deze serie blogs meer over de veranderingen.

Transitievergoeding

Per 1 juli 2015 wordt de transitievergoeding geïntroduceerd. Deze vergoeding is – kort gezegd – verschuldigd indien een werkgever de arbeidsovereenkomst opzegt of een arbeidsovereenkomst door de rechter wordt ontbonden.

Werknemers die ten minste 24 maanden in dienst zijn geweest hebben een wettelijk recht op deze transitievergoeding. Dat geldt dus ook voor arbeidsovereenkomsten die van rechtswege aflopen (bijvoorbeeld arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd), indien de totale looptijd ten minste 24 maanden is geweest.

De transitievergoeding wordt als volgt berekend:

– de dienstjaren tot 10 jaar: een derde maandsalaris per gewerkt jaar (in de wet staat: een zesde maandsalaris per half jaar dat er is gewerkt);

– de dienstjaren vanaf 10 jaar: een half maandsalaris per gewerkt jaar (in de wet staat: een kwart maandsalaris per half jaar).

De transitievergoeding is wettelijk gemaximeerd tot EUR 75.000,- bruto, of tot één bruto jaarsalaris, indien het jaarinkomen hoger is dan EUR 75.000,- bruto.

Werknemers kunnen de transitievergoeding vrij besteden.

Het is mogelijk bepaalde scholingskosten af te trekken van de verschuldigde transitievergoeding, namelijk kosten gericht op het van-werk-naar-werk helpen van de werknemer, de zogenoemde transitie- en inzetbaarheidskosten.

Dit aftrekken van scholingskosten van de transitievergoeding kan als deze kosten aan de werknemer worden gespecificeerd en schriftelijk worden meegedeeld. Ook zal de werknemer schriftelijk moeten instemmen met het in mindering brengen van de gespecificeerde kosten op de transitievergoedingen en dienen de kosten in een redelijke verhouding te staan tot het doel waarvoor deze kosten zijn gemaakt. Voorts moeten de kosten zijn of worden gemaakt tijdens of na de periode waarover de transitievergoeding wordt berekend, behoren deze niet op een derde te kunnen worden verhaald en evenmin op de werknemer. (Ook) voor het verrekenen van scholingskosten zal in de praktijk dus een opleidingskostenbeding moeten worden afgesproken.

Werknemers ouder dan 50 jaar

Voor werknemers die bij het einde of het niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst de leeftijd van 50 jaar of ouder hebben bereikt, geldt – tot 1 januari 2020 – een afwijkende regeling. Voorwaarde daarbij is dat de werknemer ten minste 120 maanden (10 jaar) in dienst is geweest. Is dat het geval, dan is de transitievergoeding over elke periode van zes maanden waarin de werknemer in dienst is geweest na het bereiken van de leeftijd van 50 een half maandsalaris (dus één maandsalaris per geheel gewerkt jaar vanaf 50 jaar).

Kleine werkgevers

Voor kleine werkgevers geldt de transitievergoeding eveneens. Een kleine werkgever is een werkgever die in de tweede helft van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de arbeidsovereenkomst eindigt of niet wordt voorgezet, gemiddeld minder dan 25 werknemers in dienst had.

In bepaalde gevallen – en tot 1 januari 2020 – kan worden afgeweken van de regels voor de transitievergoeding bij kleine werkgevers. De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft namelijk een regeling getroffen, waaruit volgt dat voor de berekening van de duur van de arbeidsovereenkomst de maanden die zijn gelegen voor 1 mei 2013 buiten beschouwing worden gelaten bij de kleine werkgever. Het verval van arbeidsplaatsen dient dan wel het gevolg te zijn van de slechte financiële situatie van de werkgever.

Contractuele afwijking

Het blijft mogelijk om bij overeenkomst (bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst of in een beëindigingsovereenkomst) af te wijken van regels ten aanzien van de transitievergoeding ten voordele van de werknemer.

De billijke vergoeding

Indien het ontslag het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever of de werknemer, dan kan de rechter aan de andere partij een billijke vergoeding toekennen. Kortom, in dergelijke situaties wordt aan de rechter niet opgelegd om de regels voor de transitievergoeding toe te passen. Let wel: de wetgever heeft uitdrukkelijk aangegeven dat het toekennen van billijke vergoedingen is voorbehouden voor uitzonderlijke gevallen.

Als u vragen heeft over dit onderwerp, dan kunt u contact opnemen met Alf Bungener (bungener@pactadvocaten.nl, tel. 06 – 10 410 559) ofMartijn Burgers (burgers@pactadvocaten.nl, tel. 06 – 11 388 527).